24 Aug 2026
Ksa publiceert resultaten van drie studies naar gokgedrag onder minderjarigen en jongvolwassenen

De Kansspelautoriteit bracht in augustus 2026 bevindingen naar buiten uit drie gerichte onderzoeken die nieuw licht werpen op het gokgedrag van minderjarigen en jongvolwassenen, waarbij de focus lag op de eerste drie maanden van 18- tot 24-jarigen bij vergunde online aanbieders, op mbo-studenten en op de manieren waarop minderjarigen met kansspelen in aanraking komen. Deze studies leveren de toezichthouder concrete gegevens waarmee bescherming van kwetsbare groepen verder kan worden aangescherpt, en de resultaten zijn direct gekoppeld aan lopende beleidsontwikkelingen rond de Wet op de kansspelen op afstand.
Opzet en achtergrond van de onderzoeken
Drie afzonderlijke trajecten werden parallel uitgevoerd om verschillende leeftijdsgroepen en contexten in kaart te brengen, waarbij kwantitatieve surveys werden gecombineerd met kwalitatieve interviews en analyses van transactiegegevens bij vergunde platforms. De eerste studie richtte zich op jongvolwassenen die recent hun eerste account hadden geopend, de tweede zoomde in op mbo-studenten als representatieve groep binnen het hoger beroepsonderwijs, en de derde onderzocht hoe minderjarigen feitelijk toegang krijgen tot of kennis maken met kansspelen ondanks bestaande verboden. Samen vormen de datasets een breder beeld dan eerder beschikbaar was, en de Kansspelautoriteit benadrukt dat deze inzichten direct bijdragen aan effectievere handhaving en preventie.
Belangrijkste bevindingen per studie
In het onderzoek naar 18- tot 24-jarigen in hun eerste drie maanden bij vergunde aanbieders bleek dat een aanzienlijk deel van de nieuwe spelers al binnen de eerste weken een vast patroon ontwikkelt, met name rond sportweddenschappen en casinospellen, terwijl depositolimia en tijdslimieten nog niet altijd optimaal werden benut. Bij mbo-studenten kwamen vergelijkbare patronen naar voren, maar met extra aandacht voor de invloed van sociale media en groepsdruk, waarbij gegevens lieten zien dat peer-invloeden vaak voorafgaan aan de eerste storting. Het derde onderzoek naar minderjarigen bracht concrete kanalen aan het licht waardoor deze groep toch met gokactiviteiten in aanraking komt, variërend van illegale sites tot omzeiling via volwassen accounts of fysieke locaties zonder strikte leeftijdscontrole.

Volgens de Kansspelautoriteit tonen de gecombineerde cijfers aan dat de overgang van minderjarige naar jongvolwassene een kritiek moment vormt waarop interventies het meest effectief kunnen zijn, en dat mbo-instellingen een natuurlijke partnerrol kunnen vervullen bij voorlichting. De studies maken duidelijk dat bestaande maatregelen zoals zelfuitsluiting en stortingslimieten wel worden gebruikt, maar dat de adoptiegraad verschilt per subgroep en dat vroegtijdige signalering nog ruimte voor verbetering biedt.
Gevolgen voor beleid en toezicht
De nieuwe gegevens stellen de Kansspelautoriteit in staat om gerichtere richtlijnen op te stellen voor vergunde aanbieders, met name rond onboarding-procedures voor jonge spelers en controles op omzeiling door minderjarigen. Beleidsmakers kunnen de uitkomsten gebruiken om bestaande preventieprogramma’s te evalueren en eventueel aan te passen, terwijl de toezichthouder aangeeft dat vervolgonderzoek nodig blijft om trends over langere periodes te volgen. De drie studies leveren geen losse adviezen op, maar een samenhangend feitenbestand dat als basis dient voor verdere regulering en samenwerking met onderwijsinstellingen en brancheorganisaties.
Conclusie
Met de publicatie van deze drie studies beschikt de Kansspelautoriteit over actuele en gedetailleerde informatie over gokgedrag onder jongeren, waardoor bescherming van kwetsbare groepen op feitelijke basis kan worden versterkt. De resultaten uit augustus 2026 onderstrepen het belang van continue monitoring en geven concrete aanknopingspunten voor zowel toezicht als preventie in de Nederlandse kansspelmarkt.